Het aantal zwangerschapsafbrekingen in Nederland is in 2025 met 1,25 procent gestegen ten opzichte van het jaar ervoor. Zorgverleners voerden bijna 40.000 abortussen uit. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) kan niet vaststellen waarom het aantal is toegenomen.
De meeste zwangerschapsafbrekingen vonden plaats bij vrouwen van 25 tot en met 34 jaar. Iets meer dan de helft van de vrouwen was op het moment van de behandeling vijf of zes weken zwanger.
Alina Chakh, voorzitter van belangenorganisatie Ava, noemt het positief dat veel vrouwen vroeg hulp zoeken. "Daar moeten we juist blij mee zijn, omdat mensen in het vroegste stadium al de zorg krijgen die ze nodig hebben", zegt zij.
Volgens Chakh is de lichte stijging mogelijk verbonden met een betere toegang tot abortuszorg. Zij wijst daarbij op betere informatie, de beschikbaarheid van anticonceptiemiddelen en het aantal abortusklinieken. Tegelijkertijd zegt ze dat de ontwikkeling "vanuit de wetenschap niet te verklaren" is.
Zorg op meerdere plekken beschikbaar
In Nederland kunnen vrouwen voor een zwangerschapsafbreking terecht bij 19 abortusklinieken en 76 ziekenhuizen. Sinds 2025 mogen ook huisartsen de abortuspil voorschrijven. Toch ging meer dan 90 procent van de vrouwen voor de behandeling naar een abortuskliniek.
Ook in eerdere jaren was de oorzaak van veranderingen in de cijfers niet helder. Tussen 2021 en 2022 steeg het aantal abortussen van 31.049 naar 35.606. Chakh noemt als mogelijke verklaringen voor die eerdere stijging een verandering in de registratie of een andere maatschappelijke kijk op abortus.
De redenen voor een abortus verschillen per persoon en hangen samen met iemands persoonlijke omstandigheden. "Als iemand een abortus wil, is de reden gewoonweg dat die persoon dan niet zwanger wil zijn", zegt Chakh.



